Historische Werkgroep

De Historische Werkgroep is een van de activiteitengroepen binnen de Historische Vereniging Haerlem; we zijn enthousiaste amateur-historici die onderzoek doen op allerlei deelgebieden van de rijke Haarlemse historie, waarbij onze eigen belangstelling en voorkeur voorop staat. Doel is om tot een publicatie te komen, dat blijkt wel uit de publicatielijst van meer dan 100 titels, maar dat lukt niet altijd. Het afgeronde werk wordt natuurlijk wel als interne publicatie opgenomen in onze bibliotheek, voor later onderzoek. Zo gaat er niets verloren. Sommige leden werken het liefst alleen aan een onderwerp, anderen vinden het prettiger om in een groepsproject mee te doen. Een groepsproject staat altijd redelijk dicht bij onze eigen tijd en is altijd zo gekozen, dat ook minder ervaren leden, of leden met weinig beschikbare tijd, toch met kleinere deelonderzoeken kunnen meedoen. Een recente publicatie is De Historische Canon van Haarlem.
Een enkele maal houdt een van de leden een interne lezing, bijvoorbeeld over de stand van zaken van het eigen onderzoek. Dit is 'voor eigen (Werkgroep-)publiek', op het vertrouwde adres.

 

Bijeenkomsten
De Historische Werkgroep vergadert in principe de eerste en derde woensdag van de maand vanaf 19.30 uur in De Hoofdwacht, Grote Markt 17 (hoek Smedestraat). We bespreken dan de voortgang van delen van onderzoek, nieuwe bevindingen of opgekomen vragen. Uitzonderingen vormen eventueel de woensdagavonden waarop lezingen door de Vereniging Haerlem worden georganiseerd, of, in overleg, andere culturele evenementen; dan gaan de liefhebbers die bijwonen. Bij veel animo daarvoor, zal er geen werkgroepsbijeenkomst plaatsvinden. We hebben overigens voor de maanden juli en augustus een zomervakantie.

Geen verplichtingen
Het lidmaatschap van de Werkgroep kost niets. Er is geen enkele aanwezigheidsverplichting. Wie tijdelijk andere zaken aan het hoofd heeft, is en blijft welkom op het moment dat het hem of haar weer schikt. Sommige 'slapende' leden willen toch de band niet verbreken, en ook dat moet gewoon kunnen.

Lopende activiteiten
Momenteel houden we ons, naast enkele individuele onderzoeken, bezig met de volgende onderwerpen: Brouwerijgeschiedenis, publicaties in Haerlem Nieuws, de website van de vereniging en meer. Iedereen kan zonder enige voorkennis meteen instappen en meedoen.

Contact
Mail naar historischewerkgroep@haerlem.nl

 

Historische werkgroep links:

mathijsengipsverbandKrak – au! Maar een gebroken arm of been wordt ‘gezet’ en met een gipsverband onbeweeglijk gemaakt; daarmee is het eerste leed betrekkelijk snel voorbij en kan het genezingsproces beginnen. Dat gipsen vinden we vanzelfsprekend. Maar het is ooit door iemand bedacht. En het bleek een zegen voor de mensheid, want voordien kende de wereld alleen de houten spalk met lappen, en het stijfselverband dat twee dagen moest uitharden en dan nog slapjes was; het hield de gebroken botdelen niet afdoende op hun plaats.

 

Door de gebrekkige verzorging van breuken raakten vooral soldaten aan het front ledematen kwijt of stierven ze zelfs aan de gevolgen van zulke breuken.

Een groot medisch probleem
De jonge militaire arts Antonius Mathijsen (geboren Budel, 1805) was na de Belgische Opstand van 1830, tijdens de Tiendaagse Veldtocht van 1831 van nabij getuige van het leed dat veroorzaakt werd doordat botbreuken niet goed onbeweeglijk konden worden gemaakt. Pijn, scheefgroei, het ontstaan van open botbreukwonden, gangreen (een rottingsproces) en de noodzaak tot amputatie, wondkoorts met dikwijls overlijden tot gevolg, waren bij een veldslag aan de orde van de dag. Hij nam zijn bezorgdheid over dit probleem mee van het slagveld en bleef er ook in vreedzamer dagen over piekeren.

Carte de visite portretfoto van Dr. Mathijsen, Vlissingen 1874 Foto Jac. Biemans P1010026 (23)Medische achtergrond
Antonius Mathijsen had de zorg voor de lijdende medemens van huis uit meegekregen. Zijn vader en een van zijn overgrootvaders beoefenden het beroep van chirurgijn, dat in een Brabants dorp als Budel in hun tijd, het einde van de achttiende eeuw, min of meer de hele geneeskunst omvatte. Na de Latijnse school in Weert doorliep Antonius een medische opleiding in ziekenhuizen in Brussel en Maastricht; waarna hij in 1826 meteen door kon gaan met het vierde leerjaar van de Rijkskweekschool voor  Militaire Geneeskundigen in Utrecht. Een jaar later studeerde hij af en werd hij als jonge militaire arts ingezet bij de Belgische veldtocht. Na terugkomst werkte hij in het militaire hospitaal in  Utrecht en vanaf 1836 in Zutphen van waaruit hij in 1837 aan de Universiteit van Giessen (Duitsland) promoveerde tot doctor medicinae. Niet lang daarna werd hij overgeplaatst naar Venlo.

Een toevallige praktische oplossing
Dokter Mathijsen werd in 1849 opnieuw overgeplaatst, en wel naar Haarlem. Hij werd, als een van de officieren van het regiment Huzaren, gehuisvest in gebouw De Hoofdwacht, op de hoek van Grote Markt en Smedestraat, tegenover de Sint Bavo kerk.
Die locatie bleek van belang. Hij kwam al snel in gesprek met bouwvakkers uit zijn geboorteplaats Budel die reparatiewerkzaamheden aan de oude Bavo verrichtten. Hij zag hoe ze scheuren in de muren van de kerk repareerden door deze vol te stoppen met lappen, gedrenkt in wat zij ‘Parijse kalk’ noemden. Tot zijn verbazing hardde dit product heel snel uit. Hij vroeg en kreeg wat gips mee om te experimenteren.
Hij oefende in het begin op kippen. Hij brak hun pootjes, zette de breuken en omwikkelde die met in gips gedrenkte lapjes.  Wat de kippen er van vonden is niet overgeleverd. Voor Mathijsen was het belangrijkste dat het uithardingsproces zo snel ging. En dat het gips zoveel harder werd dan een stijfselspalk. Hij kreeg toestemming om in het militaire hospitaal botbreuken op die manier te behandelen, en de resultaten waren spectaculair. Elke militaire arts kon dit goedkope materiaal meenemen en aan elk front botbreuken ter plekke onbeweeglijk maken. Maar ook in de civiele sfeer kon dit worden aangewend. Hij maakte zijn uitvinding bekend in het medische tijdschrift Repertorium van februari 1852. De als bescheiden en terughoudend bekendstaande doctor spreekt daarin over een “misschien niet onbelangrijke wijziging in het aanleggen der onbeweeglijke verbanden bij beenbreuken”.

gebouw de hoofdwacht rond 1870
Ere wie ere toekomt
Wie weleens de pijn van een gebroken arm of been heeft gekend, zal het hartgrondig toejuichen dat Antonius Mathijsen gedurende zijn leven werd overstelpt met eerbewijzen. Hij ontving tientallen blijken van dank namens buitenlandse overheden, militaire autoriteiten, medische instellingen, staatshoofden en van de Paus. Onze toenmalige koning benoemde hem tot Ridder in de Orde van de Eikenkroon. In 1876, hij was toen 71, stuurde hij voorbeelden van gipsverbanden en een aantal vertaalde boeken naar een internationale tentoonstelling in Philadelphia. Deze tentoonstelling trok miljoenen bezoekers en zijn inzending leverde hem een bronzen medaille op ‘for the original invention and for the great practical value thereof’.
Ook na zijn overlijden werd zijn naam in ere gehouden. Zijn beeltenis staat op een van de zomerpostzegels van 1941. Er werden straten en een Utrechts militair ziekenhuis naar hem genoemd. En een sigarenmerk: ‘De Majoor’, want zo werd hij door zijn Utrechtse omgeving genoemd. Strikt genomen was dat niet juist; als luitenant-kolonel was zijn aanspreektitel ‘overste’. Een stemmiger eerbewijs  vormt een plaquette in de Hall of Fame in Chicago, waarop zijn naam en zijn uitvinding staan vermeld.
Hij woonde na zijn pensionering in zijn geboorteplaats Budel bij zijn zus, en na haar dood in het nabije Belgische grensdorp Hamont bij zijn oomzegger (neef) Willem Mathijsen, waar hij in 1878 overleed. In Budel is te zijner ere in 1946 een monument opgericht, dat was betaald met giften uit het hele land. In Hamont, waar hij werd begraven, is het grafkruis bewaard gebleven. In navolging van neef Willem werd hij oom Gips genoemd, en zo leeft hij ook in de Haarlemse herinnering voort.

Breek je een arm of been en beland je in de gipskamer van een ziekenhuis, gedenk dan de scheuren in de Bavo, de Budelse bouwvakkers – en de onvolprezen oom Gips, Antonius Mathijsen.

Leny Wijnands
Historische Werkgroep Haerlem


Bron fotomateriaal: Drs. Jac. G.M. Biemans, medewerker Educatie en Public Relations van het Stadsarchief  's-Hertogenbosch. Met dank voor de toestemming tot gebruik.

Borstbeeld van Mathijsen op het monument te Budel Foto Luk Van de Sijpe

Mathijsenmonument Budel oude situatie ca. 1955 Coll. Jac. Biemans 0319Hamont (B) grafmonument na  restauratie okt 2005 Foto Luk Van de Sijpe

Onze werkgroepen

De vereniging kent verschillende werkgroepen. De oudste zijn de Historische Werkgroep, die zich richt op onderzoek en publikaties en Gebouw & Omgeving op het beschermen van het Haarlems stadsgezicht. De Stichting Gevelstenen Haerlem stelt zich ten doel gevelstenen en -tekens te restaureren en voor de stad te bewaren. Voorts mag de werkgroep Jonge Muggen niet onvermeld blijven. Zij hebben diverse educatieve programma's opgesteld om de Haarlemse jeugd omgevingsgeschiedenis bij te brengen. Daarbij wordt nauw samengewerkt met de andere stedelijke erfgoedinstellingen, zoals de musea en het Noord-Hollands Archief.

Klik op de tegels hieronder, voor meer informatie