Het Scheepmakerskwartier nadert zijn voltooiing

Van de steigers klinkt geen Paljas of Jeruzalem, zoals Herman van Veen ooit zong, maar Het Goede Doel. Lang zal dat niet meer duren. Het gebouw De Scheepmaker heeft zijn hoogste punt bereikt en het zal nog maar een kwestie van tijd zijn voordat ook hier de steigers worden afgebroken. Aan de oostelijke Spaarneoever is dan een nieuw buurtje verrezen dat door de gemeente Haarlem in wervende foldertaal Scheepmakerskwartier is gedoopt. Wie in dit tot voor kort ontoegankelijke gebied rondzwerft, wordt op het eerste oog aangenaam verrast. Op een van de bankjes op de gloednieuwe kade zit zowaar een liefdespaartje. Een man geniet op zijn balkon van zijn nieuwe uitzicht over het Spaarne. En vader en zoon klungelen aan een bootje dat aan de nieuwe aanlegsteiger ligt.

Toch knaagt er iets. Het begint pas te dagen wat het is als ik het masterplan van de gemeente uit 2011 erbij pak. 'Het resultaat dat nagestreefd wordt is bijzonder, maar tegelijkertijd zo dat het er al jaren had kunnen staan', staat er. Verdomd, ja. Die puntgeveltjes aan het water doen inderdaad heel erg hun best om er allemaal net anders uit te zien, maar toch is het van verre duidelijk dat alle geveltjes tegelijk zijn gebouwd. De net verspringende hoogte en de net
afwijkende steensoort is slechts bedoeld om ons op het verkeerde been te zetten.

Het gebouw De Scheepmaker ziet er echter anders uit. Het is hoger en moderner. Volgens de folder van de projectontwikkelaar ontleent het zijn identiteit aan de oude fabrieken van Figee en Droste aan de andere kant van het spoor en de Oudeweg: 'Van klein naar groot, van nieuw naar oud, van buiten naar binnen. Het rijke Haarlemse industriƫle erfgoed vormt de perfecte inspiratie voor een stoer gebouw met grote raampartijen, imposante puien en een sprekende
gevel.'

Dat klinkt mooi, maar doet de nieuwbouw daadwerkelijk recht aan de historie van deze plek? Dit stukje stad werd aan het einde van de zeventiende eeuw, samen met het tegenwoordige stationskwartier, binnen de omwalling gebracht en had vanaf het begin een bedrijfsmatige bestemming. Er werden onder meer scheeps- en timmerwerven gevestigd die afhankelijk waren van toevoer vanaf het water. Het hele gebied, inclusief de waterkant, was moeilijk toegankelijk voor wie er geen werk had. Dat is eigenlijk ruim driehonderd jaar zo gebleven.
Na de door velen betreurde sloop van de vierkante en markante Cavex-schoorsteen in 2013 is alles wat herinnerde aan het gebied als historisch 'bedrijventerrein' verdwenen. In de Gonnetbuurt aan de overkant schemert daar hier en daar ook nog iets van door, maar ook die wordt binnenkort door de gemeente aangepakt. Daarna is er nergens in het centrum meer een restant te vinden van de sinds het ontstaan van de stad aanwezige bedrijfscultuur.

Het Scheepmakerskwartier is een keurig stukje nieuwe stad geworden. Maar de 'grachtenpanden' aan het Spaarne refereren aan een geschiedenis die hier nooit bestaan heeft en het gebouw De Scheepmaker refereert aan historische gebouwen die buiten de wijk liggen.

Nergens is een verbinding te vinden met de scheepmakerij, waar het buurtje toch zijn naam aan te danken heeft. Het Scheepmakerskwartier ontkent dus zijn eigen geschiedenis. En dat is toch wel een gemiste kans.

Pieter Winters

Kent u onze vrijwilligers?
Ontdekt