Adres & openingstijden van De Hoofdwacht

Hoofdwacht Historische Vereniging Haerlem
Grote Markt 17
2011 RC Haarlem

023-5345422



Route
De Hoofdwacht vindt u in het centrum van Haarlem, aan de Grote Markt 17. Het station ligt op tien minuten lopen, de dichtstbijzijnde parkeergarage is de Appelaar onder het voormalige Enschedé-complex naast het Concertgebouw. Deze parkeergarage is op 3 minuten lopen van de Hoofdwacht. Daarnaast is er ook parkeergarage de Kamp op 10 minuten lopen.


Openingstijden
U kunt de Hoofdwacht bezichtigen van zaterdag 30 april tot en met zaterdag 24 september op vrijdag, zaterdag en zondag van 13.00 uur tot 17.00 uur. De toegang is gratis. De Hoofdwacht is 's winters gesloten voor publiek.

Verder zijn in 2016 tijdens de tentoonstelling “Alle arme kinderen naar school” (De stadsscholen van Haarlem 1757-1857), kinderen met hun ouders welkom vanaf 11.30 uur: 29 mei, 26 juni, 31 juli, 28 augustus en 18 september. Voor die dagen graag aanmelden op het emailadres jeugdhaerlem@gmail.com (niet verplicht).

 

2016 expositie in de Hoofdwacht - alle arme kinderen naar school!

Klik hier voor de foto's van de opening van de tentoonstelling.

Een stagnerende economie, werkloosheid en armoede zijn termen die nog regelmatig in het nieuws terugkeren. Gemeenten hebben bij uitstek een taak om de gevolgen te bestrijden. Haarlem werd in het verleden met enige regelmaat geconfronteerd met perioden van achteruitgang en armoede. De tentoonstelling die de Historische Vereniging Haerlem dit jaar organiseert staat in het teken van het onderwijs tijdens de economische achteruitgang in de tweede helft van de achttiende en de eerste helft van de negentiende eeuw. Daarin is te zien hoe het stadsbestuur het sociale verval met het stichten van armenscholen probeerde tegen te gaan. Het publiceerde een aparte regeling voor de scholen en stelde een college van inspecteurs aan. Helaas liep niet alles van een leiden dakje. Fabrikanten misten hun jonge kinderen, het stadsbestuur bezuinigde. Veel kinderen verlieten voortijdig het onderwijs omdat hun ouders de inkomsten niet konden missen. Het was dan ook slecht gesteld met de kwaliteit van het onderwijs.

De tentoonstelling laat ook zien welke middelen de schoolmeesters in het onderwijs gebruikten. Een plak en een ezelsbord om de orde te handhaven. Een lei en een griffel om te rekenen en talloze boeken uit die periode die tot de collectie van de Bibliotheek Zuid-Kennemerland hebben behoord en nu aan het Noord-Hollands Archief zijn overgedragen. Bijvoorbeeld een Heidelbergse catechismus waarmee kinderen werden opgevoed of boeken van de bekende schoolmeester Anslijn. Zijn beroemde “Brave Hendrik” is te bewonderen alsmede een exemplaar van Van Alphens “Kleine gedichtjes voor kinderen”. De vereniging krijgt van het Nationaal Onderwijsmuseum in Dordrecht de gelegenheid om tijdens de openingstijden een letterkast van Prinsen, eerste directeur van de Rijkskweekschool te Haarlem, aan het publiek te tonen.

Haarlems burgers kwamen in 1784 de scholen te hulp. Zij schonken tijdens een “extraordinaire” collecte een aanzienlijk bedrag. Van dat geld werden drie nieuwe schoolhuizen aangekocht. Nu werden ook ondermeesters aangenomen om de schoolmeesters te ontlasten. De winst was maar van korte duur want door de toelatingsleeftijd van zes naar vijf jaar te verlagen raakten de scholen al weer heel gauw overvol.

Op de tentoonstelling zijn ook portretten aanwezig van enkele van de vele inspecteurs van de stadsscholen en leden van de plaatselijke schoolcommissie die na 1806 zich hebben ingespannen om het onderwijs te verbeteren. Zij deden dat onder moeilijke economische omstandigheden maar moesten tenslotte erkennen dat de slechte economie veel afbreuk deed aan de onderwijsresultaten. De stichting van de Bataafse Republiek in de Franse tijd deed ook zijn invloed gelden op het onderwijs. Er kwamen onderwijswetten, maar Haarlems bestuur kreeg van het rijk geen enkele financiële ondersteuning. Ondanks verschillende initiatieven bleven de problemen van de overvolle scholen en het voortijdig schoolverlaten bestaan. In sommige jaren moesten zelfs aanzienlijke hoeveelheden leerlingen worden weggestuurd. De tentoonstelling laat verder zien hoe het onderwijssysteem werkte. De verschillende onderwijsregelingen, benoemingsbrieven van schoolmeesters, hun declaraties van salarissen en pensioenen. De declaraties van de firma Enschede laten zien welke schoolboeken werden aangekocht en hoe in de eerste helft van de negentiende eeuw de variëteit van de schoolboeken steeds groter werd.

Wie meer wil weten over het reilen en zeilen van deze stadsscholen kan van zaterdag 30 april tot en met zaterdag 24 september de tentoonstelling bezoeken in de Hoofdwacht, Grote Markt 17, op de hoek van de Grote Markt en de Smedestraat. De Hoofdwacht is in die periode geopend van vrijdag tot en met zondag van 13.00 tot 17.00 uur. Kinderen kunnen met hun ouders op de volgende zondagen een bezoek brengen aan de tentoonstelling, op 29 mei, 26 juni, 31 juli, 28 augustus en 18 september. Zij kunnen zich opgeven op jeugdhaerlem@gmail.com. De Hoofdwacht is op deze dagen speciaal hiervoor geopend vanaf 11.30 uur. Tijdens de tentoonstelling is een boekje verkrijgbaar dat speciaal hiervoor is geschreven.

 

Door de ogen van de Hoofdwacht

Is de titel van het gedicht van Sylvia Hubers. Zij heeft dit gedicht ondere andere  voorgedragen op de Nieuwjaarsreceptie 2012 van de Vereniging Haerlem.

 

Het gedicht is geschreven voor de kunstlijnexpositie Door de ogen van de Hoofdwacht, met als belangrijkste element: het historische 13de eeuwse metselwerk in de zijmuur van het gebouw. Klik op de linker foto voor de tekst van het gedicht.

 

Tijdens de presentatie van haar nieuwe bundel op zaterdag 18 mei 2013 in het Noord-Hollands Archief, heeft voormalig stadsdichter Sylvia Hubers een fraai uitgevoerde map met haar stadsgedichten aangeboden aan het Noord-Hollands Archief. Klik hier om haar stadsgedichten te lezen.

 

 

 

 

 

 

Historie van De Hoofdwacht

De Historische Vereniging Haerlem heeft sinds 1919 haar zetel in gebouw ‘De Hoofdwacht’ aan de GroteMarkt. Dit is een van de oudste stenen gebouwen van de stad Haarlem. Gebouwd in de tweede helft van de dertiende eeuw, is het gebouw waarschijnlijk tot ongeveer 1350 in gebruik geweest als eerste stadhuis van Haarlem. Nadat het stadsbestuur zijn intrek had genomen in het huidige stadhuis, werd de Hoofdwacht lange tijd woonhuis. Generaties van burgemeesters en andere notabele families woonden hier. Maar het onderhuis werd ook gebruikt als winkel en werkplaats. Zo heeft de drukkerij waar Coornhert drukkersgezel was, lange tijd in het souterrain gezeten.

In 1755 werd het gebouw hoofdkwartier van de opperofficieren van de Schutterij, waardoor het gebouw de naam kreeg die het nu nog altijd draagt. Vanuit de Hoofdwacht werden de stadspoorten geopend en ’s avonds weer gesloten (bij het klingelen van de Damiaatjes) en werd door de gewone schutters wacht gelopen. Na de Franse tijd werd de Schutterij eerst opgeheven en vervangen door leger en politie, daarna tijdelijk weer in het leven geroepen als een soort toegevoegde hulppolitie, totdat de Hoofdwacht in de tweede helft van de 19e eeuw als hoofdkwartier door de huzaren (een legeronderdeel) werd overgenomen.

In de beginjaren van de 20e eeuw is het gebouw enkele jaren opslagplaats van de gemeente geweest, totdat het in 1919 aan de Historische Vereniging Haerlem werd verhuurd. Een situatie die tot op de dag van vandaag voortduurt.