2014 25 Jaar ABC, tentoonstelling 25 jaar bouwen in het centrum.

Het Architectuur en Bouwhistorische Centrum bestaat 25 jaar. Gedurende het hele jaar 2014 zijn, en worden nog, in het ABC discussies, en tentoonstellingen georganiseerd.

Twee leden van de werkgroep Gebouw en Omgeving hebben een bijdrage geleverd aan de jubileum tentoonstelling 25 jaar ABC, architectuur en  bouwen in het centrum: Juan Alonso heeft dmv foto’s de ontwikkelingen in het Raaksgebied belicht, Alan Barker heeft 25 jaar ABC activiteiten in beeld gebracht.

Deze tentoonstelling was verlengd tot 5 oktober 2014.

Tijdens de finissage vond een discussie plaats naar aanleiding van de Expositie  “Haarlem Arcadian Landscape City” . Te zien waren de resultaten van analyses van de stadsstructuur en ontwerpen van studenten van de studierichting stedenbouw en landschapsarchitectuur van de Academie van Bouwkunst Amsterdam.

Alan Barker doet verslag:

Richie, student stedenbouw.

stelling:          het water in en om Haarlem doet weinig met de stad.

Voor Haarlem Noord/Waarderpolder heeft Richie een stedenbouwkundig ontwerp gemaakt. Door de HOV route lijn 300 langs de Spaarndamseweg te leiden met een knooppunt en brug ter hoogte van de Transvaalbuurt geeft hij in een slag een nieuwe bereikbaarheid aan de oost- en west oevers van het Spaarne. Hij ontwerpt twee nieuwe woonbuurten, een in Transvaalbuurt en een naast het Figeehal, met een hoog oplopende voet-fietsbrug schuin over het Spaarne. De route vervolgt zijn weg via de nieuwe kade van Cavex  verder de binnenstad in.
 

David, student stedenbouw.

stelling:          tijdens de 19e eeuw was Haarlem een voorloper van de industriële ontwikkeling in Nederland. Nu door de komst van het internet en het ontstaan van het nieuwe werken heeft de stad Haarlem en de binnenduinrand weer een kans als voorloper te spelen.

In plaats van naar Rotterdam en Lelystad te kijken, zou Schiphol een nieuwe terminal voor heel Zuid-Kennermeland in Haarlem moeten bouwen. Aan het Spaarne in de zone langs de Schipholweg heeft David een Campusterminal getekend, zogenaamd vanwege de wijdverspreide instellingen voor hoger onderwijs in de regio. De verbinding met Schiphol wordt als monorail op een luchtbaan uitgebeeld met daaronder in een groen landschap, moderne landgoederen voor het vestigen van de kenniseconomie.
 

Anna, studente landschapsarchitectuur.

stelling:          in tegenstelling tot de villaparken in de binnenduinrand zou de groene bufferzone aan de oostzijde van Haarlem een postmoderne Arcadia moeten worden voor de gewone man.

In de IJpolder zijn er al voorbeelden van eenvoudige bouwsels zoals bij moestuinen, als zomerhuisjes en zelfs het restant van een kunstenaarsdorp tegen Amsterdam aan. In haar tekeningen laat Anna zien hoe, door de bouwregels te versoepelen en rekening te houden met indekken van bouwsels in het landschap, het toelaten van meer van dit soort functies een nieuwe relatie kan ontstaan tussen stedelingen en het landschap van de bufferzone. Zelfs moet volgens haar het bouwen van een nieuwe woonwijk tegen het oostelijke flank van de heuvel kopje Waarderpolder met uitzicht over de IJpolder mogelijk zijn.

Discussie: Gabriel Verheggen, Riëtte Bosch, Rik de Visser, Aart Oxenaar (ARK Haarlem) en Jan Dirk Hoekstra (ARK provincie Noord-Holland) richtte zich vooral op de noodzaak voor nieuwe ruimtelijke inzichten na het hedendaagse verdwijnen van RO beleid opgelegd door de overheid.

 

Men vond dat de drie studenten geslaagd zijn in het streven naar vernieuwing van de ruimtelijke vormgeving: in tegenstelling tot de opvatting van Zef Hemel (professor urban & regional planning UvA, strategic planner Amsterdam Economic Board en blogger bij Vrijstaat Amsterdam) en zijn nadruk op de 'wisdom of the crowd'.

Jaarverslag 2013

Klik hier voor het jaarverslag 2013 van de werkgroep Gebouw en Omgeving.

 

Historische en ruimtelijke kwaliteit van Haarlem

Klik hier voor de brief aan Haarlemse politieke partijen over historische en ruimtelijke kwaliteit.

 

Manifestatie “van Poort tot Poort” in Sloterdijk

De meeste Haarlemmers kennen Sloterdijk als een overstaphalte aan de spoorlijn naar Amsterdam. Van daaruit kan men naar Zaanstad, Schiphol en andere delen van de stad.

In de terminologie van het vak is Sloterdijk een “knooppunt”, en een belangrijke werklocatie door de komst van grootschalige kantoorgebouwen. Sinds de aanzet van de huidige economische crisis heeft dit laatste een enorme stagnatie ondervonden. Lees verder......

 

Aanpassing bij het Joods Monument

Dankzij een snelle actie van de werkgroep Gebouw en Omgeving is door de gemeentelijke dienst Gebiedsontwikkeling en Beheer onlangs een visuele afscheiding tussen het Joods Monument en de twee afvalcontainers gerealiseerd.

Het was een doorn in het oog van Haarlemmers dat na de herinrichting van het Philip Frankplein bleek dat deze intieme herdenkingsplaats ontsierd werd door twee duidelijk zichtbare afvalcontainers. Door het aanbrengen van een wapeningsnet tussen de pergolapalen en door het aanbrengen van een dichte groene begroeiing worden de afvalcontainers grotendeels aan het oog onttrokken en komt de primaire functie van dit herdenkingspleintje beter tot zijn recht.
Deze actie is ondersteund door de Stichting Joods Monument Haarlem en de regenten van de Bakenesserkamer.


Reactie op de Conceptnota Ruimtelijke Kwaliteit

Op de website van de gemeente Haarlem is de conceptnota Ruimtelijke kwaliteit gepubliceerd en is gevraagd om een reactie. De Historische Vereniging Haerlem heeft besloten van deze mogelijkheid gebruik te maken en wil het volgende ter zake van de conceptnota naar voren brengen.

 

De vereniging neemt met waardering kennis van het zoeken van de gemeente Haarlem naar vernieuwende initiatieven in de Ruimtelijke Ordening. Terecht zoekt de gemeente een manier om ruimtelijke kwaliteit te borgen en zelfs te verhogen. De conceptnota zet daar verfijnd op in met toegesneden (ontwerp-)regelgeving. Van harte onderschrijft de vereniging de betekenis, die daarbij wordt gegeven aan het onbebouwde erfgoed en het stratenpatroon en de rooilijnen. Wel is de vereniging van oordeel dat het eerste deel van conceptnota (de beleidsvisie ruimtelijke kwaliteit) zich eerder laat lezen als een inspiratiehoofdstuk en niet als een beleidsstuk. Lees verder...........


Jaarverslag 2012

Klik hier voor het jaarverslag 2012 van de werkgroep Gebouw en Omgeving.


Advies Historische Vereniging Haerlem Dolhuysbrug

De Haarlemse Bolwerken vormen een restant van de 17e eeuwse versterkte stad Haarlem. Na de afbraak van de muren en de overige vestingwerken resteerde de karakteristieke hoofdvorm van de Bolwerken. De bekende landschapsarchitect Zocher heeft in 1821 de Haarlemse Bolwerken als eerste in Nederland omgevormd tot de stadsparken die ze nu nog zijn.

Lees verder .......

 

oktober 2011 - Van Schoonheid via Welstand naar Ruimtelijke Kwaliteit

Onder deze titel organiseerde de werkgroep Gebouw & Omgeving op 4 oktober jl. een mini-symposium bij gelegenheid van het afscheid van Piet Roos als lid van de werkgroep. Piet stond in 1988 aan de wieg van de werkgroep; ook was hij een van de oprichters van het ABC Architectuurcentrum in Haarlem. Vanwege zijn inzet gedurende vele jaren – ook beroepshalve als secretaris van de Schoonheidscommissie - ontving hij in 1992 de Zilveren Legpenning van de Vereniging Haerlem.

Een drietal deskundigen gaf op het symposium hun visie op de verschuiving in naamgeving van Schoonheidscommissie via Welstandscommissie naar Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (ARK). Marlies van Diest, directeur van ontwerpbureau Van Diest en betrokken bij vele projecten, liet  zien dat bij alle veranderingen in de stedenbouwkundige historie van Haarlem de continuïteit groot is. De vele geografische kaarten van Haarlem en het ommeland vanaf 1590 illustreren dat.  Aart Oxenaar, directeur Academie van Bouwkunst en voorzitter van de ARK in Haarlem, typeerde de verschuiving als ‘omkering van perspectief’: waar voorheen vanuit de bebouwing  de ruimte werd gemaakt, daar is nu het omgekeerde het geval: vanuit de ruimte wordt de bebouwing bezien en ontworpen. Max van Aerschot,  architect en sinds maart 2008 Stadsbouwmeester van Haarlem, wees op de kernwaarden die de Ruimtelijke Kwaliteit als ‘generator’ in zich heeft: gebruikswaarde, leefwaarde, toekomstwaarde, en op de daarbij behorende participatie van de burgers.

In het gesprek met de aanwezigen werden belangrijke contouren zichtbaar van het nieuwe stedenbouwkundige kader. Kort en bondig gezegd:
  1. de openbare ruimte is het perspectief,
  2. de 'ruimtelijke samenhang’ is het werkbeginsel,
  3. de vrijheid van gemeenten neemt toe,
  4. burgerparticipatie en particulier opdrachtgeverschap worden bevorderd.

Wat deze contouren concreet behelzen, wordt in het stedenbouwkundig proces langzaamaan  duidelijk. Dat geldt zeker ook voor de vraag hoe je de ‘transformatie’ het best kunt sturen, met name op het punt van de burgerparticipatie. Overigens moet duidelijk zijn dat de perspectiefwisseling naar ‘ruimtelijke kwaliteit’ het belang van de bebouwing niet mag  ondersneeuwen. De samenhang moet worden gezocht, zonder aan de ene kant te vervallen in uniformiteit, of aan de andere kant – denk aan Haarlems binnenstad – het ‘historisch’ karakter als bindend element te laten vallen. Het gaat om goed samenspel van continuïteit en maatschappelijke ontwikkelingen. Het gesprek hierover, zo bleek tijdens het symposium, is boeiend en nuttig, en  verdient te worden voortgezet, waar symposiumvoorzitter Johannes van  der  Weiden bij de afsluiting uitdrukkelijk ook toe uitnodigde.

Op zijn beurt dankte gastheer Frans Willem Lantink eenieder voor zijn/ haar bijdrage en sprak namens de Vereniging Haerlem woorden van dank aan het adres van Piet Roos voor zijn jarenlange inzet. Tijd om een toost uit te brengen! Zo gezegd, zo gedaan.


Bert Schumacher, secretaris werkgroep Gebouw & Omgeving


Maakt heroverweging CAVEX-schoorsteen een kans?

Voorjaar 2011 diende de Stichting Fabrieksschoorstenen STIF een verzoek in om de schoorsteen met stookgebouw op het CAVEX-terrein, aan het Spaarne naast molen De Adriaan, aan te wijzen tot Gemeentelijk Monumenten.

Deze grootste en oudste ‘vierkante’ schoorsteen is ‘wegbestemd’ in het recent door de gemeenteraad aangenomen bouwplan van Projectontwikkelaar De Principaal voor het zogenaamde Scheepsmakerskwartier. Lees verder...........

 

Cinema Palace wordt Esprit

Trouwe lezers van het Haarlems Dagblad konden zaterdag 1 oktober 2011 het interview van John Oomkens niet missen; de metamorfose van de Palace bioscoop naar de trendy winkel van Esprit.

De Historische Vereniging Haerlem had het 'Haarlemse Krasnapolsky' een ander tweede leven toegedacht. Maar, velen zullen beamen dat de eigenaar en de architect de bios 'met esprit' hebben aangepakt. Dat had meer voeten in de aarde dan de krantenlezer of passant weten. Het pand kwam laat op de Gemeentelijke Monumentenlijst. Zo werd de maximale erfgoedaandacht die velen nastreefden niet haalbaar. Maar, mede door de inzet van de Werkgroep Gebouw & Omgeving van onze vereniging, kreeg de gemeentelijke historicus èn de wethouder support om de meest essentiële zaken voor de stad te behouden. Laten we die de revue passeren:
  • de art deco geveldetails bleven behouden, het glas in lood behield zijn transparantie,
  • de stads-morfologisch kenmerkende schuine percelering bleef zichtbaar door de kaveldraai zichtbaar te houden in de vloer van de entree,
  • de centrale luchter uit de bioscoophal kreeg een ereplaats, direct in de zichtlijn vanuit de roltrap,
  • het bioscoopplafond werd niet 'weggemoffeld', het behoud van dit grootse gewelf geeft de bovenverdieping nu een aangenaam klimaat èn een sjieke sfeer,
  • hergebruik van het kenmerkende ventilatierooster in het plafond overbrugt als het ware negen decennia luchtbehandelingstechniek,
  • met een knipoog naar de sloopmuurschilderingen in het Amsterdamse metro-station Nieuwmarkt, verwijzen hier de in het zicht gehouden sloopresten naar het voormalige gebruik.
Is alles dan in orde? Nee. Structureel is een modewinkel op deze plek een gemiste kans voor de stad. Hier had een cultureel element zoals een filmmuseum beter gepast. Ook in de detaillering blijven zaken liggen. Alhoewel de wand van de projectiecabine herkenbaar bleef, werden de projectievensters met donkere steen dichtgemetseld. Waarom zijn de vensters niet gehandhaafd? Terugkijkend op veler inzet is te stellen dat Haarlem er een winkel bij heeft gekregen met een open ruimtelijke structuur. Die aanpak kan als voorbeeld dienen hoe grote winkels èn uitstraling èn 'een lekker koopklimaat' te geven. Als architect zo de verticale maat omarmen zou een leidraad zijn hoe toekomstwaarde te geven aan het Brinkmanncomplex.

Klik hier voor het artikel uit het Haarlems Dagblad van 1 oktober 2011

Boudewijn Bach; voorzitter Werkgroep Gebouw & Omgeving

 

 

 

 

 

 

Bezoek aan Londen (Klik hier voor het volledige verslag inclusief ruim 60 foto's)

Gedurende de periode 14 t/m 16 juni 2011, waren de zes groepsleden,Boudewijn Bach, Alan Barker, Hubert Brouwer, Wiebe Damstra, AlbertLaterveer en Gerard Moolenaars te gast bij de “St.Marylebone Society” in Londen. Hierbij een impressie met de nodige anekdotes.

Ontvangst in een opmerkelijke tuin in Marylebone
Onze eerste confrontatie met Marylebone (St.Mary’s by the burn, the Tyburn River) is de aankomst in Baker Street station. Na het verlaten van de drukke metro komen wij terecht in de straatherrie van een eindeloze stroom verkeer met veel bussen en taxi’s. Terwijl wij wachtten op de hoek van Baker Street, tegenover Madame Tussauds, verscheen opeens een lange, slanke, ernstig figuur; toch niet Sherlock Holmes? Met ferme tred kwam hij op ons af. “Bent u de groep uit Nederland?” Het bleek een van onze gastheren te zijn, Wim van de Lee (geboren Nederlander, opgegroeid in Ierland en getrouwd met Anne, een Amerikaanse), die ons vervolgens langs de volgende straten met hoge appartementen heeft geleid. Opeens staan we oog in oog met een jaren ’30 gebouw, waar de taxi’s door een poort naar binnen rijden om hun passagiers af te zetten voor de ruime entreehal van glimmende marmeren vloer en spiegelwanden.

Dit blijkt het woonadres van Wim en Anne te zijn en één van onze drie logeeradressen. Anderen van de groep logeren bij Cynthia Poole (kunstenares) en haar man Clive, in een knusse “mews” (een verbouwd koetshuis achter de hoge herenhuizen) en bij Gaby Higgs (architect) en haar man Gary Young en drie kinderen in hun statig “Georgian town-house”. Wim leidt ons langs de ontvangstbalie van zijn gebouw naar de lift, die toegang geeft tot de daktuin. Hier is door zijn vrouw een picknick voorbereid, maar eerst een wandeling door de opmerkelijke tuin die zich uitstrekt over het gehele bouwblok. Vanaf de tuin kijkt men uit over de daken van West Londen.

Marylebone bestaat uit een strakke grid van voornamelijk Georgiaanse rijhuizen uit de midden- en laat 18e eeuw. De huizen zijn van 4 lagen plus souterrain en zolder. Langs de “High Street” is de bebouwing van latere datum, 19e en 20e eeuw Edwardiaans en Victoriaans. Hierin zijn de winkels en diverse cafés en restaurants gevestigd. Marylebone is ingebed in het dichtbebouwde West End tussen Regent’s Park in het noorden en Oxford Street en Mayfair in het zuiden.

Wandeling naar Paddington Green
Voor de kennismaking met Gaby en Cynthia nemen wij een kopje koffie in de aangename en kleurrijk gerestaureerde stationshal van Marylebone. Bij de kennismakingsronde wil Hubert de twee dames attent maken op de verschillen in de groep, en stelt hij zich nadrukkelijk voor met “I am the architect”. Onze gastvrouwen hebben een vol programma voor ons opgesteld en wij zijn na de kennismaking meteen begonnen aan een wandeling in westelijke richting door Paddington. Na de straatmarkt in een etnische wijk hebben wij een afspraak met David Pigden van de splinternieuwe hogeschool, maar eerst een bezoek aan de Lisson kunstgalerie uit 1990 van de Britse architect Tony Fretton.

Het “City of Westminster College” is een indrukwekkend gebouw dat uitkijkt over de bomen van de vroegere dorpsbrink “Paddington Green”. Het gebouw is dit jaar geopend en is van het Deense architectenbureau Schmidt, Hammer, Lassen. Door de hogere verdiepingen naar buiten te schuiven over de straat hebben de architecten in het hart van het gebouw een weidse vide gecreëerd met licht en een gevoel van ruimte. Van David Pigden horen wij hoe de leerlingen vanuit heel Londen en niet alleen Westminster worden ingeschreven. Men kon waarnemen dat er in het college verschillende etnische groeperingen rondliepen. Er wordt een scala aan opleidingen aangeboden van toneel en mediastudies tot autotechniek.

In contrast met de groene oase van Paddington Green ligt ernaast het voormalige “Paddington Basin” van de Grand Union Canal, een waterverbinding tussen de Londense havens en de fabrieken van de stad Birmingham. Deze binnenvaarthaven ondergaat momenteel een transformatie tot een gemengd woonwerkgebied. Creaties van toparchitecten verdringen elkaar langs de kades. Onze weg er naartoe leidt via de grandioze stationsoverkapping uit 1854 van de beroemde ingenieur Isambard Kingdom Brunel. Grappig detail is een naast het station gebouwde stalling in drie verdiepingen voor paard en wagen: misschien de allereerste parkeergarage?

De tocht naar Greenwich
Gaby en Cynthia hebben voor de eerste dag een manier gevonden ons een vliegensvlugge blik op de stad te geven. Die leggen wij niet af per vliegtuig, maar met de “Thames Clipper”, een catamaran voorzien van  krachtige motoren die ons in 40 minuten over de Thames vaart van het Embankment in het centrum naar Greenwich in het oosten van Londen. Opvallend aan de zuidoever zijn een reeks culturele gebouwen. Ooit, in het verleden, tijdens het bewind van de Puriteinen is alle vermaak uit de ommuurde stad verdreven. Daarom heeft zich hier op de zuidoever ook het theater “the Globe” in de tijd van Shakespeare gevestigd. Naast de kolos van de “Tate Modern”, een elektriciteitscentrale verbouwd tot kunsthal door het Zwitserse architecten-duo Herzog en de Meuron, is een replica van de Globe verrezen waar, net zoals toen, de stukken van Shakespeare worden opgevoerd.

Aan de noordoever flitsen wij langs het doorkijkje naar St. Pauls en onder de Milleniumbrug van architect Norman Foster. Aan de zuidoever, bovenop London Bridge Station, is een toren in aanbouw die de hoogste wordt in de EU. Het is een ontwerp van de Italiaanse architect Renzo Piano die zich had voorgenomen nooit een wolkenkrabber te ontwerpen. Op uitnodiging van de ontwikkelaar (een jongeman die heeft weten op te klimmen van marktstalhouder in de “East End”) is de architect naar Londen gekomen, en werd hij gegrepen door het stadslandschap van spitse kerktorens ontworpen door stadsbouwmeester Christopher Wren na de grote brand van 1666. Toen zag hij de vorm waarin hij toch een wolkenkrabber zou willen maken en heeft de opdracht aanvaard. Zo zal er in 2012 een gebouw van 310 meter hoogte worden voltooid in de vorm van een “shard” of “scherf”, met de functies van hotel, kantoren en woningen.

Voorbij de nieuwbouwtorens van Canary Wharf, na een lange bocht in de rivier, ligt het “Greenwich Palace” uit 1702 van Christopher Wren op de plek waar Greenwich Park vanaf de oever zich uitstrekt tot aan de heuveltop. Boven op de heuvel staat de “Greenwich Observatory” waar de nullijn van de lengtegraad zich bevindt. Van hieruit kan men van een breed panorama genieten met zicht op de bebouwing van Canary Wharf tot in de verte de koepel van St.Pauls in de City. Na een snelle daling van de heuvel af strijken wij neer op de stoelen van het rivierterras van de “Trafalgar Tavern” met uitzicht op de brede Thames.


De “Docklands Light Rail” brengt ons naar Canary Wharf. Na het genieten van het zicht op de hoge toren van de Argentijnse architect César Pelli is het een genoegen om tussen de hoogbouw langs een kabbelend beekje in een groene parkinrichting te wandelen. Het complex is in de periode 1988-1991 ontwikkeld rondom een netwerk van oude havenbassins. Afdalend in het ondergrondse station van Norman Foster kunnen wij de enorme betonnen gewelven boven de roltrappen bewonderen. De avond van de eerste dag wordt thuis bij Gaby een buffet gehouden waar de groepsleden en leden van de “St.Marylebone Society” met elkaar kunnen kennismaken en elkaar kunnen spreken.

Van Regent’s Park tot aan de City
Vandaag moet Gaby zich bezighouden met de door haar georganiseerde “Marylebone Art Fair” en dus zijn Wim en Cynthia onze gidsen.  Regent’s Park, een van de groene longen van Londen, is aangelegd door John Nash als onderdeel van zijn enorme onderneming een koninklijke promenade te maken tussen park en paleis. Het werk is in 1818 begonnen en de doorbraak van Regent Street is in 1835 voltooid. Het park is groter dan Marylebone zelf en wij beperken ons tot een blik in de tuin van een van de villa’s die gebouwd is aan de “Inner Circle” en een wandeling door “Queen Mary’s Gardens”. Door het park te verlaten via de York Gate komt men in Marylebone High Street. Hier ziet onze voorzitter Boudewijn Bach kans om voorraad in te slaan in de echte Engelse “pie shop”.

In een leeg winkelpand in de High Street heeft de St. Marylebone Society onder leiding van Gaby een tentoonstelling van plaatselijke kunstschilders georganiseerd. Er is ook een fotocompetitie gehouden onder de bewoners met impressies van Marylebone en de resultaten zijn tentoongesteld op de eerste verdieping. Met Wim en Cynthia lunchen wij in een restaurant boven een winkel gespecialiseerd in biologisch voedsel. Uit het gesprek blijkt tot onze verrassing dat Gerard Molenaars die dag jarig is.

Een korte busrit langs Oxford Street brengt ons naar Bedford Square, een van de mooiste pleinen van Londen, en het naastgelegen British Museum. In 1960 is de bibliotheek verhuisd naar nieuwbouw, en is de “Great Court” van het museumcarré opgeschoond van alle uitbreidingen en bijgebouwen. Centraal op het vierkante binnenplein staat een ronde “Reading Room”. In  2001 is een glazen overkapping tussen de wanden van het plein en het ronde middengebouw voltooid, waardoor een openbare ruimte is ontstaan binnen het museum waar men door het hele complex vrij rond kan lopen. Het ontwerp is van architect Norman Foster.

Op onze route naar de City zijn er twee karakteristieke Londense pleinen te ontdekken. “Bloomsbury Square” geeft zijn naam aan de schrijversgroep die hier zich heeft gevestigd in de 20e eeuw. Van de groep zijn de schrijfster Virginia Woolf en de econoom John Maynard Keynes de bekendste namen. De statige herenhuizen aan de randen van het plein kijken uit op een met sierhekwerk omzoomde centrale tuin. Terwijl de groep geniet van de ruime opzet, verdwijnt Boudewijn Bach plotseling een zijstraat in. Enkele minuten later keert hij glimlachend terug naar de groep die verbaasd op het plein is blijven staan. Het blijkt dat Boudewijn kans heeft gezien de woning terug te vinden die hij in zijn jeugd heeft bezocht toen zijn oom in Londen woonde. Verder lopend komen wij op de “Lincolns Inn Fields”, een plein van formaat waar de juridische sector zich heeft gevestigd. Bij Holborn nemen wij de bus naar Cheapside in de City of London, de oude middeleeuwse stad en daarvoor de locatie van een Romeinse nederzetting.

The City of London is een indrukwekkende uiting van de macht van het geld; sierlijk glanzende staal-en-glas kantoren van Lloyds, Swiss-Ré en andere financiële instellingen; scheppingen van Britse toparchitecten zoals James Stirling, Richard Rogers en Norman Foster. In sterk contrast met dit glimmende uiterlijk is het aandeel van de “City” in de economische implosie van 2008. Het casinokarakter van delen van de financiële markt in het Angelsaksische Londen en New York waren direct de oorzaak van de credit crunch. De trots en de bravoure van het centrum hebben dus een donkere keerzijde.

Vlak om de hoek van het postmoderne gebouw van James Stirling (jaren ’90) en de classicistische “Bank of England” van John Soames uit 1833 is een standbeeld van een zekere James Henry Greathead. Deze ingenieur heeft de eerste tunnelboormachine geperfectioneerd. Voor die tijd maakten men een ondergrondse spoorlijn door het graven van een diepe sleuf die later werd overkapt. Met de komst van het tunnelboormachine is in 1890 de eerste van een netwerk van “deep tubes” onder de Londense metropool geopend, tien jaar later gevolgd door de eerste Parijse metro.
Dan is de batterij van Hubert z’n camera leeg, en schakelt hij Gerard Molenaars in als cameraman, want Hubert is vastbesloten alles vast te laten leggen. “Gerard, even het aanzicht langs deze zijstraat. Meer naar rechts, nog een tikkeltje naar links, en nu even iets omhoog – ja prima”.

In het donkere hol van de bankiers, een Hollandse juweel
Onder aan de voet van het raketvormig kantoor van Swiss-Ré (the “Gherkin”van Norman Foster, 2004) is Alan Barker, ons Engelse werkgroeplid, even de richting kwijt. Hij is een tikkeltje eigenwijs en wil de goede raad van Wiebe Damstra niet aannemen. Terwijl hij een poging doet zich te oriënteren hebben de Hollanders zich aangemeld bij de balie van een bescheiden, met donkergroene tegels aangekleed kantoorgebouw uit 1916. Dit “Holland House” blijkt toch een werk te zijn van H.P. Berlage. De jonge dame van de receptie biedt enthousiast aan de groep rond te leiden in het gebouw. Het indrukwekkend tegelwerk van kunstenaar Bert van der Lek op de muren binnen is kleurrijk en speels. In de kelder is het grondwaterniveau aangegeven met een rij azuurblauwe tegels. Naast de zijingang is er een beeldhouwwerk van een scheepsboeg door Joseph Mendes da Costa. De opdrachtgever van het gebouw was W.H. Muller: zie tekst en afbeeldingen op deze website

Men kan Londen niet bezoeken zonder voor de St.Paul’s kathedraal te hebben gestaan. In 2001 is een nieuwe opzet voor Paternoster Square gereed gekomen die de wederopbouw architectuur uit de jaren 1964-67 in zijn geheel heeft vervangen met een veel speelsere en dichtere bebouwing. In een directe lijn vanaf de koepel van St. Paul’s is er door sloop en nieuwbouw een nieuwe voetgangersstraat gerealiseerd in de as van de  Milleniumbrug over de Thames. Via deze nieuwe verbinding tussen de noord- en zuidoever komt men uit bij de hoofdentree van de “Tate Modern” (galerie voor moderne kunst).

Een wandeling in westelijke richting over de zuidoever voert langs een hergebruikproject de “Oxo Tower”, een voormalige bouillonblokjesfabriek, verbouwd tot appartementen met op de bovenste verdieping een chic restaurant. Bij nadering van Westminster en het Parlementsgebouw aan de noordoever bevinden wij ons in de “Jubilee Gardens” in de schaduw van de “London Eye”. Dit reuzenrad is 135 meter in diameter, heeft 32 gesloten capsules waarin een behoorlijk gezelschap past, en weegt 1700 ton. Het enorme fietswiel hangt over de Thames en zit vast aan de oever met twee gigantische schuine stalen poten.

Gebouwd zonder overheidssubsidie (men vond het geen toepasselijk project), is het een waar product van Europa. Het staalwerk komt uit de UK en werd geprefabriceerd door de Hollandse firma Hollandia. De aandrijving en besturing komen uit Nederland, de kabels komen uit Italië, de lagers uit Duitsland en de 23 meter lange middenas en naaf uit Tsjechië. De cabines zijn in Frankrijk gemaakt. Het geheel is in 1999 door Hollandia geplaatst. Een rit in dit enorme rad duurt een half uur, en met goed weer is het uitzicht over de stad adembenemend. Wij sluiten de tweede dag af met een rit in de London Eye.

Afscheid bij de Wallace Collection
Alan heeft een origineel cadeau gevonden voor onze gastvrouwen/heer. Het is een degelijk boek over Londen!! Daarnaast krijgen zij het nieuwste fotoboek “Haarlems Landschap” van Chris Hoefsmit. Voor de gastvrijheid krijgen zij alle drie een Hollandse kaas en een Amaryllisbol. Tijdens het hele programma heeft Albert Laterveer met een videocamera in zijn hand gelopen en wij denken dat hij alles alleen maar door de zoeker heeft gezien. Hij belooft ieder een kopie van de opname toe te sturen.

Aan “Manchester Square”, het zuidelijke uiteinde van de Marylebone High Street, staat een royaal landhuis gebouwd in 1776 voor de adellijke familie Hertford. Een zekere heer Wallace, onwettig kind van de familie, heeft het huis met de kunstverzameling geërfd en in 1890 heeft zijn weduwe het geschonken aan de natie. De verzameling bestaat uit fraaie en decoratieve kunst uit de 15e tot de 19e eeuw, Franse 18-eeuwse schilderijen en meubels, porselein en oude meesters, waaronder Titiaan, Rembrandt, Velazquez en de “lachende Cavalier” van Frans Hals.

In 2000 heeft de Amerikaanse architect Rick Mather opdracht gekregen het gebouw flink uit te breiden met het aanbrengen van een kelderverdieping en een overkapping van de centrale hof. Hier is een Frans café en brasserie gevestigd. De groep heeft onze gastheer -en vrouwen een afscheidsdiner aangeboden. Wij worden bediend door een aantrekkelijke jonge serveerster, die uit Italië blijkt te komen. Dankzij zijn werk en menig vakantiebezoek aan dat land kan Gerard, tijdens het wachten op Gaby die van kantoor moet komen, het gesprek voortzetten in de moedertaal van de jonge dame. Lijkt het dat Gerard, net zoals gisteren bij de lunch met Cynthia en Wim, nog steeds jarig is?

Na een uitstekende maaltijd is het moment aangebroken om afscheid te nemen van onze nieuwe kennissen in Londen. De bagage wordt bij onze logeeradressen afgehaald en de groep daalt weer af in de onderaardse wereld van de “London Underground”. Ieder heeft genoten, niet alleen van de grote stad maar nog meer van de inzet en gastvrijheid van Gaby, Cynthia en Wim. Wij zijn het met Gerard eens als hij meent dat ons contact met de St. Marylebone Society moet worden voortgezet.

Alan L. Barker    werkgroep Gebouw & Omgeving        16 november 2011

Het was de bedoeling in de zomer een reünie van de zes groepsleden te houden voor het uitwisselen van foto’s. Vooral Hubert heeft hier naar uitgekeken. Vanwege de vakantieperiode is de uiteindelijke afspraak pas op donderdag 3 november mogelijk gebleken. Niemand van ons had kunnen voorzien dat op deze bijeenkomst Hubert niet meer in ons midden zou zijn. Zijn overlijden is bekend gemaakt op woensdag 19 oktober. De reünie werd gehouden ter nagedachtenis aan zijn deelname aan het bezoek aan Londen.

Klik hier voor het volledige verslag inclusief ruim 60 foto's.

 

Werkbezoek aan zustervereniging ‘Oud Hoorn’

Op zaterdagochtend 9 juli 2011 verzamelden de werkgroepleden van Gebouw en Omgeving zich voor het station van Hoorn waar Egbert Ottens, voorzitter van de vereniging Oud Hoorn, hen opwachtte. Samen met een stadsgids dook de groep meteen in de rijke historie van deze VOC-stad. De stadsstructuur wordt nog steeds bepaald door de nu overkluisde loop van het veenstroompje naar de Hoornse Hop, alwaar de eerste haven ontstond.


Via een boeiende rondleiding belandde de Werkgroep in het eigen verenigingsgebouw van Oud Hoorn aan ‘Onder de Boompjes’.
Opvallend was de grote openheid die gebouw en verenging ten toon spreiden naar belangstellenden, niet alleen door de expositie en de winkel  op de begane grond, maar ook door de ruime openingstijden vier dagen per week.

De uitleg over de aanpak van Oud Hoorn geeft handreikingen die toepasbaar kunnen zijn voor ‘HaErlem’.  Alan Barker heeft een en ander bijeen gezet. Zie zijn notities hieronder. 

Verrassend was het 12.000 historische foto’s grote beeldbestand, het ‘actief’ (soms tot de Hoge Raad) volgen of reageren op bestemmingsplannen, de intense samenwerking met zuster-verenigingen, het persoonlijk contact met ambtenaren en bestuurders en de totaal van onze vereniging afwijkende bestuursopbouw. In Hoorn geen cluster van werkgroepen met een coördinerend Algemeen Bestuur, maar een heel ‘platte organisatie’ met korte contact-lijnen. Ieder bestuurslid heeft een omschreven taak. Hij/zij opereert - per actie – via vakkundige adviezen dan wel medewerking die men ‘vergaart’ uit een daarop gericht bestand uit de ruim 2.000 leden. Dit stimuleert snel reageren op wisselende problemen òf kansen. Trots voorbeeld hiervan is jaarthema 2011 ‘Hadrianus Junius’, compleet met workshops, tentoonstelling en publicatie. Vanuit dit succes vroeg Egbert Ottens zich af Haarlems tijdgenoot ‘Schonéus’ op de zelfde manier uit de vergetelheid valt te lichten.

‘Oud Hoorn’ onderscheidt ook van ‘HaErlem’ in die zin dat ze historiserend terugbouwen in de binnenstad geenszins vanzelfsprekend vindt. Eigentijds vormgegeven dakkapellen en lichtschachten in de zijgevel geven het verenigingsgebouw extra functionaliteit. In de hoofdstraat wees stadsgids de werkgroep op een passende, moderne dakopbouw.


Na de lunch werd het bezoek vervolgd met een tweede rondleiding, vanaf de Rode Steen richting haven.  

Al bijeen een aangename en zeer informatieve excursie, met het karakter van een leerzaam werkbezoek.

Informatie over de Vereniging Oud Hoorn
Bij gelegenheid van de excursie kregen de gasten ook uitvoerige informatie over de Vereniging Oud  Hoorn (algemene info:www.oudhoorn.nl).  Alan Barker, lid van de werkgroep Gebouw en Omgeving, doet verslag.

Van de circa 70.000 inwoners zijn er 2000 lid – Hoornaises (geboren in Hoorn) en Hoornenaars (bewoners van Hoorn). De vereniging heeft een eigen pand aan Onder de Boompjes in eigendom. Het is drie dagen in de week open voor het publiek met expositie, winkel en documentatiecentrum.

Samen met het Historisch Museum van Hoorn heeft Oud Hoorn dit jaar aandacht besteed aan  Hadrianus Junius en zijn boek “Batavia” over de geschiedenis van Holland. In het centrum is voor dit gedachtenisjaar een leeg winkelpand gehuurd en als expositieruimte  ingericht.
Wethouder van Cultuur Haarlem Pieter Heiliegers was op uitnodiging aanwezig bij de opening. De vereniging Haerlem wordt sterk aanbevolen aandacht te schenken aan Schoneus van Haarlem, tijdgenoot van Junius. Op dit moment is een afstudeerscriptie over Schoneus in voorbereiding bij het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis in Leiden/Den Haag.

De vereniging Oud Hoorn heeft een eigen opleiding met eindexamen voor stadsgidsen. Momenteel zijn er 25 gidsen in opleiding. De vereniging biedt 6 verschillende wandelingen (b.v. kloostertuinen, Junius) met gids aan.
Er is een stratenboek en een stegenboek met historische gegevens voor gebruik van de gidsen opgesteld. De website is enkele keren bekroond als voorbeeldsite. Het Westfriese Genootschap en uitgever Waanders zetten hun eigen informatie op de site van de vereniging.

In het beeldbestand zijn er 12.000 historische foto’s en er wordt steeds nieuwe foto’s en schilderijen door bewoners aangeleverd. De vereniging heeft ook een collectie ansichtkaarten met beelden van de stad (wat doet denken aan de verzameling van de Haarlemse stedenbouwkundige Jan Dekker). Er worden scans van gemaakt en vervolgens worden de originelen geschonken aan het Westfries Archief.

De vereniging houdt zich actief bezig met het structuurplan en bestemmingsplan voor de oude stad. Het verschijnsel witte vlek (ontwikkelingsgebied zonder bestemming) blijkt niet uniek voor Haarlem. Het is ook in Hoorn voorgekomen. Het verenigingsbestuur (8 personen) laat het niet zitten bij het indienen van “zienswijzen” maar zet door in het geven van een persoonlijke toelichting en beargumentering van hun standpunten bij de wethouder en de betrokken ambtenaren. Hiervoor worden 2 redenen aangevoerd:
1. De gemeentelijk afdeling erfgoed, waaronder bescherming van de oude stad valt, staat onder druk van de zusterafdelingen ruimtelijk ordening en economie om in het licht van economische groei zo weinig mogelijk beperkingen voor hergebruik of herontwikkeling van panden op te leggen.
2. Instanties zoals Oud Hoorn worden gauw weggezet als ‘oude zeurders’ wanneer zij voorstellen indienen voor behoud van het historisch karakter van de stad.
Door persoonlijk aan wethouder en ambtenaren het belang te kunnen toelichten van bepaalde bouwkundige karakteristieken in het historisch stadsbeeld, kweekt de vereniging meer begrip voor de ernst van haar bezwaren.
Zo ontstaat er aan de kant van het stadsbestuur een beter inzicht in de verhoogde aantrekkingskracht van de stad door behoud van historische kenmerken. En daarbij geldt: ‘hoe meer bezoekers hoe meer inkomsten voor de stad’ en dit helpt soms om twijfels van de afdeling economie weg te nemen.
Op deze wijze ondersteunt de vereniging de positie van de afdeling erfgoed binnen het gemeentelijk apparaat.
Andere gemeentelijke vraagstukken waarover Oud Hoorn een mening heeft,  zijn bijvoorbeeld de zomer– en winterterrassen (op de Rode Steen), de terrasnota en in verband hiermee het gebruik van witplastic meubilair door sommige exploitanten.
Waar zulks een zaak kan bevorderen maakt  het bestuur desnoods de gang naar de rechter.
De wethouder gaf de vereniging een compliment bij het vastleggen van het huidige bestemmingsplan: mede door de inbreng van de vereniging was het sterk verbeterd en kon het zonder langdurige procedures worden vastgesteld.

De vereniging is van mening dat historiserend terugbouwen in de binnenstad  niet vanzelfsprekend de juiste oplossing betekent. Belangrijk is dat bij nieuwbouw rekening wordt gehouden met de omgeving (‘het moet niet vloeken in maat en schaal’) en dat de historisch context wordt gerespecteerd.
Zo is bijvoorbeeld in het ontwerp-bestemmingsplan de bepaling geschrapt dat alle panden een verdieping bij zou mogen bouwen. De goothoogte en max. bouwhoogte, en de vrijstellingen daarop, zijn een belangrijke zaak.

Voor vakkundige adviezen wordt onder de leden gezocht naar mensen met de nodige vakkennis. Zo wordt een jurist en/of planoloog benaderd om het bestuur bij te staan bij het indienen van zienswijzen op bestemmingsbouwplannen. Nogal wat leden zijn niet bereid vast lid te worden van een werkgroep, maar willen wel incidenteel advies geven.

Voor de leden is er jaarlijks een nieuwjaarsreceptie en het verenigingsbestuur brengt jaarlijks een werkbezoek aan een stad.

Alan Barker,
Lid van de werkgroep Gebouw en Omgeving

 

Tegenbezoek zusterorganisatie Marylebone aan Haarlem

Hoe om te gaan met particuliere- en gemeentelijke plannen? Dat is een soort koorddansen. Daarom ging de Werkgroep Gebouw & Omgeving van de Historische Vereniging Haerlem in op de hint van haar lid Alan Barker om het oor te luister te leggen hoe dat gaat in Londen. Twee leden van de Londense “zusterorganisatie” Society St. Marylebone, Gaby Higgs, dagvoorzitter, en Cynthia Poole, sub commissie ruimtelijke ordening, brachten op 19 oktober 2010 een tegenbezoek aan Haarlem.
In hun bagage zaten twee doorwrochte Powerpoint presentaties voor ’s avonds.

De uitwisseling begon meteen in de praktijk: een lunch in het prachtig met het oude Droste-gebouw geïntegreerde CocOase. Aansluitend een rondleiding door het Figee-gebouw. De hal daarvan wordt omgebouwd tot het bedrijven-verzamelcomplex 'FigeeStaete'. De rondleiding door architect Max van Aerschot - momenteel Stadsbouwmeester van Haarlem - was zo uniek, dat aannemer Regiobouw ruim 30 belangstellende vakgenoten toestond daarbij aan te sluiten. Het unieke is niet de ligging aan het water, maar het behoud van de skyline en de gevels van Figee. Om betaalbaar te passen binnen de modernste bouwvoorschriften deed Van Aerschot een meesterzet: bouw in die enorme hal een geheel vrijstaand gebouw.

Hierna leidde Alan Barker de Londense bezoekers langs Haarlems top architectuur zoals het station, de Spaarneboog woningbouw uit 2005 van de Indiase architect Subash Taneja, het gevangenis complex, de nieuwe Burgwalbrug van de toenmalige stadsbouwmeester Joop Slangen. Maar uiteraard ook langs het winnende prijsvraagproject 'EUROPAN' van Gaby en haar man Gary èn langs het Proveniers Hof. Daarna bood de werkgroepvoorzitter de Londense gasten en belangstellenden thuis een aangeklede borrel aan. ‘s Avonds volgde een intensieve workshop in de Hoofdwacht. Deze kennisuitwisseling spitste zich er op toe ‘hoe historische gevelwanden in te vullen’.

Londen heeft het behouden van stedenschoon hoog in het vaandel. Anders dan in Nederland is de Londense gemeente geboden bouwadvies in te winnen bij particuliere verenigingen, zgn. ‘Statury Consulting Bodies’ zoals de 'Society St. Marylebone'. Alhoewel de Society een andere positie heeft dan onze Historische Vereniging, is de problematiek hetzelfde. Er viel veel van de presentatie te leren. Vaak passeert een bouwaanvraag in Londen pas na meerdere, geheel verschillende gevel-ontwerpen. Opvallend is dat de 'Society' lang niet altijd de voorkeur geeft aan 'historiserende' òf klassieke architectuur.

De Haarlemse Werkgroep Gebouw & Omgeving verkent de mogelijkheden om bepaalde historische zichtlijnen of doorkijken beschermd te krijgen. Londen past dat reeds positief toe. Geen enkele nieuwe hoogbouw mag bijvoorbeeld te zien zijn vanuit Regent Park; de zgn. Regent’s Park Strategic View. Vergelijkbaar regelt de ‘St. Paul’s Protected Area’ het onbelemmerde 'zicht' op dit meesterwerk.

Navolgenswaard is de jaarlijkse ‘Marylebone Planning Walk’. Een selectie van bestuurders, vakambtenaren en de 'Society' schouwt een aantal probleem òf kans-locaties. ‘s Avonds bespreekt bespreekt men hoe daar mee verder te gaan òf wat volgende keer anders moet. Een aanpak die wij graag voorleggen aan het nieuwe gemeentebestuur.

Met een knipoog naar de Londense Dockland-reconstructie, verkenden Gaby en Cynthia woensdag afsluitend de Amsterdamse havenprojecten NDSM en de ombouw van de kraanbaan. Zij waren lovend over de gastvrijheid van de Vereniging en over hun ontvangst in Haarlem.

"We will certainly be back" waren hun afscheidswoorden.

 

Jaarverslag 2010 werkgroep Gebouw en Omgeving

Het jaarverslag 2010 bevat een overzicht van uitgevoerde activiteiten door de werkgroep Gebouw en Omgeving. Klik hier voor het jaarverslag.






Zuidtangent


In 2008 trad de werkgroep ongevraagd in de discussie rond een tunnel voor de Zuidtangent met haar studie wat (her)introductie van trams opleverde in vergelijkbare regiosteden met historische kern, zoals Straatsburg en Nice. In veel van dergelijke steden intensiveerde die introductie de aantrekkelijkheid voor voetgangers en trok de verbeterde bereikbaarheid en toegankelijkheid nieuwe bezoekers.

In Haarlem verzandde de discussie. De werkgroep verbreedde de discussie door te wijzen op de voordelen voor bewoners èn bezoekers van een binnenstad met haltes op plekken waar mensen willen zijn.


Tentoonstelling 'Zicht op Haarlem'

Het topmoment in 2009 was de opening van de tentoonstelling ‘Zicht op Haarlem’ die verduidelijkte dat de beleving van historische kwaliteit sterk afhangt van het zicht òp gebouwen en vià ruimten.

De tentoonstelling visualiseerde ondermeer de mondiaal unieke zichtlijnen op monumenten zoals de oude Bavo.

De tentoonstelling werd mogelijk gemaakt door de woningbouwvereniging ‘Pre Wonen’ en ‘Haarlem Monumentaal 2009’.




Philip Frankplein

De werkgroep zette belangen, wensen èn kansen op een rij rond de toekomst van het Philip Frankplein, een kleine publieke ruimte naast het Hofje van Bakenes, het oudste hofje van Nederland. Bij de reconstructie van het ‘Concertgebouw-Enschede gebied’ kwam deze ruimte niet tot dezelfde kwaliteit als de omringende nieuwbouw. Het jonge pleintje dreigt een soort ‘afvalputje’ te worden van vergeten, òf alsnog te realiseren activiteiten zoals een serie trafo’s en vuilcontainers.

Tegen de jaarwisseling leek een positieve, bewoners- en omwonenden vriendelijke, historisch verantwoorde herwaardering van het pleintje bespreekbaar te worden.