De Hoofdwacht

De Historische Vereniging Haerlem heeft sinds 1919 haar zetel in gebouw ‘De Hoofdwacht’ aan de Grote Markt. Dit is een van de oudste stenen gebouwen van de stad Haarlem. Gebouwd in de tweede helft van de dertiende eeuw, is het gebouw waarschijnlijk tot ongeveer 1350 in gebruik geweest als eerste stadhuis van Haarlem. Nadat het stadsbestuur zijn intrek had genomen in het huidige stadhuis, werd de Hoofdwacht lange tijd woonhuis. Generaties van burgemeesters en andere notabele families woonden hier. Maar het onderhuis werd ook gebruikt als winkel en werkplaats. Zo heeft de drukkerij waar Coornhert drukkersgezel was, lange tijd in het souterrain gezeten.




  

 

In 1755 werd het gebouw hoofdkwartier van de opperofficieren van de Schutterij, waardoor het gebouw de naam kreeg die het nu nog altijd draagt. Vanuit de Hoofdwacht werden de stadspoorten geopend en ’s avonds weer gesloten (bij het klingelen van de Damiaatjes) en werd door de gewone schutters wacht gelopen. Na de Franse tijd werd de Schutterij eerst opgeheven en vervangen door leger en politie, daarna tijdelijk weer in het leven geroepen als een soort toegevoegde hulppolitie, totdat de Hoofdwacht in de tweede helft van de 19e eeuw als hoofdkwartier door de huzaren (een legeronderdeel) werd overgenomen.

In de beginjaren van de 20e eeuw is het gebouw enkele jaren opslagplaats van de gemeente geweest, totdat het in 1919 aan de Historische Vereniging Haerlem werd verhuurd. Een situatie die tot op de dag van vandaag voortduurt.